Awakening, de betekenis van creativiteit

De Bekentenissen van Rousseau steelt elke vrije minuut die ik sinds enkele weken kan vinden. Al een jaar of tien heeft een aantal filosofische denkers uit verschillende perioden mij flink te pakken en meen ik vast te stellen dat de samenleving om mij heen vergeleken kan worden met iemand in een overdreven wakkerheid of zelfs hyperventilatie. Daar is een goede verklaring voor. Sinds het verlichtingsdenken is zo langzamerhand wel bij iedereen het licht aangegaan en toch waren nog maar weinigen daadwerkelijk uit bed gekomen. Nu, na driehonderd jaar zijn we massaal aan het ontwaken en stellen we ons de vraag wat we moeten doen met onze vrijheid. We worden hier bovendien toe gedwongen in het besef dat onze traagheid schade geeft en dat al dat licht niet vanzelf blijft branden.

We wrijven dus massaal de laatste slaap uit de ogen. Markt en samenleving zoeken een uitweg om los te komen van industrialisatie, maximalisering, ongeremde groei en individueel belang. Maar de dynamiek van die transitie lijkt allesomvattend en weerbarstig. Wat geeft de moderne burger houvast? Wat zijn de duurzame opties voor markt en samenleving? Hoe richten we dit in en vooral: hoe bepalen we de betekenis van ons handelen? Wat zijn de kenmerken van een wenselijke transitie?

Wellicht de belangrijkste transitie moet plaatsvinden in ons vermogen om intuïtief te kunnen denken en handelen. In populaire termen een betere balans tussen de rechter en linker hersenhelft. De Brits-Amerikaanse hoogleraar (kunst)onderwijs Ken Robinson, internationaal gerespecteerd adviseur, schrijft hierover ‘Onze beste hoop voor de toekomst is de ontwikkeling van een nieuw paradigma van menselijke capaciteit, dat op maat gesneden is voor een nieuw tijdperk van het menselijk bestaan. […] We moeten omgevingen scheppen – op onze scholen, op werkplekken en in banen – waar iedere persoon wordt geïnspireerd om creatief te groeien.’

Professionals in de creatieve disciplines delen als eigenschap dat hun intuïtie deel uit maakt van hun professioneel repertoire. Zij denken en handelen vanuit een voor hun werk noodzakelijke balans tussen redenatie en intuïtie. Daarmee hebben creatief professionals potentieel een voorsprong als het gaat om betekenisgeving op zowel praktisch als op intellectueel niveau. Dit vermogen wordt echter nog onvoldoende herkend, niet in de laatste plaats door de creatief professionals zelf.

De creatief professional staat in het brandpunt van oplossingsgerichte veranderingen. Ik werk nu geruime tijd aan een samenwerking tussen de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en partijen uit het bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke organisaties zoals de gezondheidszorg. De ambitie is innovatieve samenwerking te realiseren waarin creatief professionals ondernemend participeren in onderzoek en ontwikkeling om kennis in nieuwe betekenissen en nieuwe perspectieven te kunnen plaatsen voor toepassingen in markt en samenleving. Het enthousiasme van alle bevraagde partijen om deel te nemen aan die samenwerking is zeer hoopgevend. En ik zie de huidige economische turbulentie en de regionale perspectieven (Utrecht Culturele hoofdstad 2018) als een buitengewoon geschikte voedingsbodem om betekenisvolle successen te boeken. Het is een uitdaging die alleen kan slagen als elke uitsluiting wordt opgeheven en we open staan voor achterliggende bedoelingen en consequenties. Een wakkere co-creatie, gericht op een balans tussen ratio en intuïtie.

(gepubliceerd als column op de website van ASOM: www.asom.org)

Categorieën:Geen categorie

Creatief Ondernemerschap | Stelling:

Succesvol creatief ondernemerschap is in hoofdzaak gericht op waardenoriëntatie en de rol van de ondernemer als betekenisgever. Hiermee wijkt de creatief ondernemer belangrijk af van de doorsnee ondernemer die gericht is op marktwaarde en een rol als leverancier van producten en diensten.
Autonomie en coöperatie zijn daarmee de belangrijkste aspecten die de creatief ondernemer dwingen vanuit een sterke eigenheid coalities aan te gaan en vernieuwend ondernemerschap te onderzoeken.

Categorieën:Creatieve Industrie

Vijf vragen over DigiMe

Twee vwo-studenten stelden me vijf vragen naar aanleiding van mijn artikel over DigiMe in MMNieuws. Ze maken voor school een profielwerkstuk en stellen zich de vraag: ‘In hoeverre is de virtual reality voor jongeren een echte wereld geworden?’. Vijf antwoorden.

- Hoe afhankelijk zijn jongeren geworden van internet?

Bij afhankelijkheid kan je twee kanten op: afhankelijk in de zin van behoefte (willen) of afhankelijk in de zin van noodzakelijk (kunnen of moeten). Van beide kanten kennen we de voorbeelden zoals mensen die een voortdurende behoefte hebben aan activiteiten op internet met games, social networks, mail etc. Die behoefte kan zo extreem worden dat ze niet meer zonder kunnen en aan die activiteiten verslaafd raken. Je zou kunnen zeggen dat die mensen zo afhankelijk zijn geworden van internet dat ze niet meer zonder kunnen. Maar er is ook een veel breder sociale afhankelijkheid ontstaan van internet. We vinden het in Nederland inmiddels heel gewoon om elkaar een email te kunnen sturen, iets op te zoeken waar we informatie over willen hebben en via social networks contacten te onderhouden en daar iets over onszelf prijs te geven. Daarbij zie ik geen fundamenteel verschil tussen afhankelijkheid voor jongeren of ouderen. We moeten ons misschien zelfs afvragen of de oudere mensen in onze samenleving niet een veel groter probleem krijgen met de afhankelijkheid van internet. Denk aan elektronisch bankieren, bestellingen doen, communicatie met diensten. Dergelijke voorzieningen zijn nu al erg vanzelfsprekend via het internet maar voor veel ouderen is dat (nog) veel te ingewikkeld.
Kortom: ik denk dat we allemaal (dus ook jongeren) in de westerse samenleving erg afhankelijk geworden zijn van internet.

- Is de virtuele wereld een vlucht uit de echte wereld of een ondersteuning van het echte leven?

Dit is een interessante maar moeilijke vraag omdat het antwoord van mens tot mens zal verschillen. Bij jullie vraag heb je wellicht gedacht aan virtuele spellen waarbij je met een avatar actief meedoet aan situaties waar meerdere mensen op hetzelfde moment aan mee doen. Maar het komt steeds vaker voor dat mensen (ook hier zowel jong als oud) met een verzonnen naam mee doen aan forums of een blog onderhouden of andere bezigheden hebben waarbij ze het prettig vinden om hun echte identiteit niet prijs te geven. Je zou dit een ‘vlucht’ kunnen noemen. Maar is het internet voor deze mensen dan niet juist een ondersteuning van het ‘echte’ leven? Hier zit jullie vraag verbonden met de vorige over afhankelijkheid.
Een ander aspect is dat sommige mensen in het ‘echte’ leven niet zo makkelijk contact maken of het gewoon niet durven. Dan is internet een makkelijke manier om dat toch (en dan dikwijls anoniem) te proberen; zowel een vlucht als een ondersteuning denk ik. We moeten echter oppassen met het verschil tussen ‘virtueel’ en ‘echt’. Wat we meemaken – op welke manier dan ook – is altijd echt. Als je naar muziek luistert via een headset is dat toch ook echt? Het verschil zit in de beleving. Voor de ene beleving weegt de ervaring zwaarder dan voor de ander. Als we naar een moorddadige film hebben gekeken, kunnen we achteraf denken ‘het was maar een film’ en wegen de indrukken veel minder zwaar dan wanneer je op straat getuige bent van een ernstige botsing. Deelname aan een virtueel spel kan wel degelijk zo ‘echt’ worden beleefd dat mensen erdoor in hun gedrag ernstig worden beïnvloed. Wat uiteindelijk telt is het ‘echte’ leven en de interactie met de ‘echte’ mensen om je heen.

- Hoe zie je dit terug in sociale contacten tussen jongeren?

Het is mijn overtuiging dat de jongeren van nu, die zijn opgegroeid met de mogelijkheden van internet, geen fundamenteel andere relatie hebben met hun vrienden (of wie dan ook) dan generaties jongeren vóór de tijd van internet. Vanzelfsprekend wordt bij het onderhouden van contacten veelvuldig gebruik gemaakt van alles waarmee dat mogelijk is maar net als bij de vorige vraag: wat uiteindelijk telt is het ‘echte’ leven en de interactie met de ‘echte’ mensen om je heen.

- Wordt het niveau van jongeren beïnvloed door dit verschijnsel?

Het is inmiddels duidelijk geworden dat ik de ‘verschijnselen’ van internet afzet tegen de belevenissen die we hebben en die altijd in het ‘echte’ leven getoetst zullen worden. Als jullie met het ‘niveau’ de intelligentie of de sociale vaardigheden bedoelen dan denk ik dat de invloed van internet samenvalt met die van alle andere communicatiemiddelen. Een van de grootste veranderingen die we de afgelopen decennia hebben meegemaakt is dat jongeren minder boeken zijn gaan lezen. De reden daarvoor zou wel eens kunnen zijn dat het jongeren steeds meer moeite kost om langere tijd achter elkaar één ding te doen (en dat is nodig voor het lezen van een boek). Mijn idee is dat de huidige ‘communicatiemix’ vooral veel onrust veroorzaakt, een stress waarvan we de bron niet zo goed in de gaten hebben. Stel je eens voor dat je op een plek bent waar geen internet is, geen tv, geen mobiele telefoon, er wordt geen post bezorgd, helemaal niets! Onwillekeurig denk ik aan vakantie.

- Zal deze tweede wereld de eerste wereld uiteindelijk gaan vervangen?

Internet is inderdaad een ‘eigen wereld’. Wat we er nu van zien is nog maar het begin en zal beslist nog veel meer impact gaan hebben op allerlei aspecten van ons leven (contacten, hobby, leren, gezondheid, veiligheid, etc.). Ook is duidelijk dat we daardoor het internet steeds moeilijker zullen kunnen missen. Toch zijn we mensen van vlees en bloed en mogen we de manieren waarop we het internet gebruiken niet overschatten. Een van de interessantste verschijnselen van onze soort (de mensen) is dat we communiceren met veel meer middelen dan we denken. Er is veel onderzoek gedaan naar communicatie en algemeen wordt aangenomen dan ongeveer 90% daarvan non-verbaal is. Internet kan maar twee dingen: iets laten zien en horen. Alles wat we zien is bovendien (voorlopig nog) plat en wat we via boxen horen wordt door ons meestal herkend als niet ‘echt’. We begrijpen meteen dat er nog heel veel ontbreekt.
Het is te hopen dat we allemaal kunnen blijven genieten van een gesprek in de zon waar plotseling een hommel voorbij komt zoemen en waar je je vriendin een geheimpje in haar oor kan fluisteren zonder dat je je zorgen hoeft te maken dat je per ongeluk een verkeerd emailadres hebt gebruikt.

Als ik mij probeer voor te stellen in hoeverre de virtual reality voor jongeren een echte wereld geworden is, maak ik mij weinig zorgen. Die wereld zal meer en meer virtual connected zijn maar voor reality hebben we geen stroom nodig.

(het artikel in MMNieuws waar deze studentes aan refereren is te downloaden via: Artikel MMNieuws)

Connect the professor

ConnectTheProfessor_02

 

 

 

 

 

 

 

 

Universities of Applied Sciences score badly when it comes to their connection with the creative industries. That becomes clear from the research 4i-Primo, which was carried out in the beginning of 2009 by Via Traiectum for SIA (Foundation for Innovation Alliance). The creative industries count around 255 networks or forms of regular interaction which can be used by creative professionals to profile and develop their business. The presence of Universities of Applied Sciences in these networks is poor. I wrote an Article that draws some conclusions, relevant to this issue, with clear suggestions for the maximisation of the connection between Universities of Applied Sciences and the creative industries. Iterested? Klick here.

Olnline FP-Portal, onderzoekslijnen

Welke onderzoekslijnen voor de faculteit Kunst en Economie (HKU) zijn relevant? Welke onderwerpen sluiten aan bij onderzoek dat in het belang is van de faculteit en tegelijkertijd aansluit bij de belangstelling van de studenten? Het staat opnieuw ter discussie. Eerder waren er drie lijnen voor onderzoek uitgezet: 1: groei en ontwikkeling van culturele en creatieve organisaties, 2: financiering van CMKB, 3: return on creativity. Dit kader sluit echter onvoldoende aan bij de belangstelling van studenten. Uit onderzoek van mij naar de focus die studenten vorig jaar hebben gekozen voor hun Final Project blijkt de volgende verdeling:

Figuur03

Blauw sluit aan bij onderzoekslijn 1 (groei en ontwikkeling), rood bij lijn 2 (financiering) maar groen past in geen van de drie geformuleerde lijnen, terwijl de derde lijn (return on creativity) in geen van de FP’s is onderzocht.

Voor een functioneel zoeksysteem moet in de portal aangegeven kunnen worden binnen welk thema een FP is opgezet. De vraag is dus welke thema’s moeten we in de portal opnemen en kunnen we ons daarbij tot een kleine set (denk aan 5) beperken?

Reacties welkom!

Online Final Project Portal

Faculteit KenE wil kunnen beschikken over een toegankelijke portal voor FP’s van examenstudenten om enerzijds hun onderzoeksactiviteiten te kunnen verbinden met de onderzoeksactiviteiten die docenten, hoofddocenten en lectoraat aan de faculteit ondernemen en anderzijds te verbinden met de onderzoeksthema’s die voor de faculteit centraal staan. De informatie die de inmiddels voltooide FP’s bevatten is in deze context zeer relevant voor vervolgonderzoek, vergelijk, bronverkenning en dergelijke, zowel voor studenten die uitvoering moeten geven aan een onderzoeksopdracht als voor docenten, lectoren studiebegeleiders, supervisors en anderen die binnen het onderwijs FP-gegevens willen kunnen checken of vergelijken. De functie van de portal betreft tevens een volgsysteem voor de ‘workflow’ van Final Projects van elke afzonderlijke student.
Daarnaast leeft binnen de faculteit de ambitie de portal te verbinden met kennisdeling en effectieve interactie met de praktijk van het C-MKB en het overige bedrijfsleven. Het betreft hier de wens om vanuit het onderwijs een optimale verbinding te hebben met het werkveld van de afgestudeerden, met name richting ondernemerschap. De verkenning moet duidelijkheid geven over de vraag welke rol een FP-portal binnen deze ambitie kan vervullen en onder welke voorwaarden.

In opdracht van faculteit Kunst en Economie van de HKU geef ik vanuit Creatief Bureau Via Traiectum uitvoering aan de verkenning van een programma van eisen voor een toegankelijke online portal voor Final Papers (FP’s) van examenstudenten. De toegankelijkheid van FP’s is belangrijk om de onderzoeksactiviteiten van studenten te kunnen verbinden met de onderzoeksactiviteiten van de faculteit (docenten, hoofddocenten, lectoraat en onderzoeksthema’s die voor de faculteit centraal staan). De informatie die FP’s bevatten is relevant voor vervolgonderzoek, vergelijk, bronverkenning en dergelijke, zowel voor studenten die uitvoering moeten geven aan een onderzoeksopdracht als voor docenten, lectoren studiebegeleiders, supervisors en anderen die binnen het onderwijs FP-gegevens willen kunnen checken of vergelijken. De portal is tevens een volgsysteem voor de ‘workflow’ van Final Projects van elke afzonderlijke student. Vooralsnog zal de portal alleen voor intern gebruik zijn.

Daarnaast leeft binnen de faculteit de ambitie de portal te verbinden met kennisdeling en effectieve interactie met de praktijk van het C-MKB en het overige bedrijfsleven. Het betreft hier de wens om vanuit het onderwijs een optimale verbinding te hebben met het werkveld van de afgestudeerden, met name richting ondernemerschap. De verkenning moet duidelijkheid geven over de vraag welke rol een FP-portal binnen deze ambitie kan vervullen en onder welke voorwaarden.

Ben je student aan de faculteit KenE of alumnus en heb je ideeën over dit initiatief dan hou ik me voor je reactie aanbevolen.

Creatief MKB’ers ondernemen niet

Ondernemen vraagt om vernieuwing, maar creatief MKB’ers zijn daar niet goed in. Voor vernieuwing moet je weten waar je staat en wat je opties zijn. Dat vraagt om bezinning, onderzoek en experiment. Creatief ondernemers laten op grote schaal na om onderzoek te doen naar bijvoorbeeld nieuwe werkwijzen, nieuwe financieringsmogelijkheden of het matchen met andere branches. Wie goed naar de resultaten kijkt van het onlangs gepubliceerde onderzoek ‘4i-Primo’ en de strategische opties voor het creatief MKB (C-MKB), ziet een kluwen van netwerken maar van innovatief ondernemerschap in de creatieve sector is vrijwel geen spoor te vinden. Wat is er aan de hand? Buzzing zonder business?

Samenwerking tussen creatief professionals en boeren in de Haarlemmermeer tijdens het project Boerenwijsheid, een project opgezet door Creatief Bureau Via Traiectum

Samenwerking tussen creatief professionals en boeren in de Haarlemmermeer tijdens het project Boerenwijsheid, een project opgezet door Creatief Bureau Via Traiectum

De verklaring voor die minder dan matige vernieuwingsdrang is wellicht simpel. Soms is onderzoek kostbaar en bijna altijd is het tijdrovend. Bovendien moet je eerst een globaal beeld hebben van wat je met je onderzoek bereiken wilt. En het is vooral deze notie van nieuw perspectief waaraan het bij het C-MKB ontbreekt, eenvoudig omdat het zelden tijd neemt voor bezinning en strategische overwegingen.

Onnodig wellicht? Creatief ondernemers vernieuwen vanzelf al? Een riskante stelling. Vooral omdat in de huidige omstandigheden voor de innovatie van economie en samenleving de hoop nadrukkelijk op de creatieve sector is gevestigd.

Als de creatieve sector van dit vertrouwen gebruik wil maken, zullen C-MKB’ers moeten laten zien hoe die vernieuwing werkt. Het in mei dit jaar gepubliceerde onderzoek dat Via Traiectum in opdracht van SIA heeft gedaan, brengt de strategische opties voor het C-MKB in kaart. Het laat zien dat kansen voor innovatie door de creatieve sector tot nu toe slecht worden benut. Het onderzoek maakt duidelijk dat de creatieve industrie veel wordt genoemd als innovatiekracht maar ook dat voorbeelden van daadkrachtig en samenhangend ondernemerschap amper zijn te vinden.

Als het C-MKB de veronderstelde innovatiekracht wil ontplooien is het nodig om kennis, ervaringen en informatie uit te wisselen. Zelfbewust, samenhangend en sectoroverstijgend. Om inzichten voor nieuw perspectief op gang te brengen zijn netwerken effectief en het onderzoek toont aan dat er voor het C-MKB ruime mogelijkheden zijn om elkaar tegen te komen. De inventarisatie laat zien dat er minstens 255 netwerken zijn die relevant zijn voor het C-MKB (peildatum 31.12.2008), van instellingen voor onderwijs, onderzoek en kennisspreiding tot evenementen, overheidsprogramma’s en informatiebronnen.

Het lijkt echter duidelijk dat deze netwerken door het C-MKB onvoldoende benut worden voor het realiseren van innovatieve doelstellingen. Individuele of breder georganiseerde innovatieve projecten zijn schaars. Het zelfde geldt voor visieontwikkeling en onderzoek.

De eersten die zich deze stroeve gang van zaken moeten aantrekken zijn de onderwijsinstellingen. De kloof tussen opleiding en praktijk is in verschillende opzichten onverantwoord groot. Het curriculum van afgestudeerden aan het kunstvakonderwijs sluit onvoldoende aan op de eisen van het ondernemerschap maar ook de breuk tussen opleiden en praktijk beoefenen is te strikt. Opleidingen zouden meer oog moeten hebben voor after sales. Een goed alumnibeleid zou daar aan kunnen bijdragen en vooral is een actief programma gewenst waar jonge creatief professionals vanuit hun beroepsbeoefening gebruik van kunnen maken. Te denken valt aan aanvullend opleiden, coaching, advisering, netwerken en kennisverspreiding. Maar ook moeten de hogescholen meer onderzoek doen naar bijvoorbeeld de vraag hoe creatief kapitaal te benutten valt; wat de kenmerken zijn van succesvol alumnibeleid voor het C-MKB; wat de rol van de hogescholen kan zijn bij het succesvol matchen van C-MKB en het overige bedrijfsleven; onderzoek naar scherpere presentatie van de potentie van het C-MKB. En vanzelfsprekend moeten hogescholen zorgen dat deze kennis actief naar het C-MKB ontsloten wordt.

Maar een beter gebruik van de 255 netwerken is ook een uitdaging voor de C-MKB’ers zelf. Download het rapport en loop de lijst van 255 netwerken eens langs. Er zullen initiatieven zijn waar je het bestaan nog niet van kende en andere waar je zo mee vertrouwd bent dat je wellicht de kracht ervan vergeten bent. Voor elke C-MKB’er geldt dat een levend netwerk functioneert als bron voor nieuwe contacten, nieuwe klussen maar ook nieuwe ideeën en strategische overwegingen. Denk hierbij niet alleen aan de georganiseerde ontmoetingsplaatsen maar stap ook actief op partijen af. Een van die partijen is de hogeschool waar je bent afgestudeerd. Wacht niet op een beter alumnibeleid, maar trek als oud-student zelf aan de bel, bijvoorbeeld om onderzoek te mogen raadplegen. Jaarlijks studeren er tientallen jonge collega’s af die onderzoek hebben gedaan naar spannende aspecten in de markt. Bovendien zijn er op verschillende hogescholen programma’s opgestart die de kloof moeten dichten tussen onderwijs en praktijk.

Wacht niet af maar onderneem. Er zijn minstens 255 deuren om eens open te trekken.

Erik Uitenbogaard is vennoot van Creatief Bureau Via Traiectum en projectleider van het onderzoek ‘4i-Primo’. De onderzoeksrapportage is te downloaden via: www.viatraiectum.nl>onderzoeksprojecten

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.